Historie van de school
Het Stedelijk Gymnasium van 's Hertogenbosch is de rechtstreekse voortzetting van de Latijnse School. Van deze school is reeds sprake in archieven die dateren uit het jaar 1274. Toentertijd verzorgde dat instituut het onderricht in het mondeling en schriftelijk beheersen van het Latijn. Daarnaast werd onder andere ook de filosofische propedeuse gegeven, nodig om toegelaten te worden tot de universiteit. De regionale spreiding van de leerlingen in die tijd was wel iets groter dan die van nu. Toen bezochten leerlingen uit Gelderland en Limburg de om zijn opleiding bekend staande school. Opmerkelijk is ook dat er toen sprake was van een school, die qua omvang vergelijkbaar is met de scholengemeenschappen van nu. In de 16e eeuw volgden meer dan 1200 leerlingen soms jaarlijks het onderricht. Dat grote aantal werd zeer sterk bevorderd door een uitgebreid beurzenstelsel, dat er op gericht was juist de kansarmen de mogelijkheid te bieden toch hun gaven zo hoog mogelijk te ontwikkelen. Wat dat betreft is er in 's Hertogenbosch niets nieuws onder de zon.
Dat deze school mensen heeft afgeleverd, die grote maatschappelijke en wetenschappelijke betekenis hebben gehad, spreekt voor zich. Twee daarvan zijn de humanist Erasmus en de geograaf Mercator.
De maatschappelijke ontwikkelingen gingen de school niet voorbij. Na de inname van ’s Hertogen-bosch in 1629 kregen de stedelijke regeerders toezicht op het onderwijs, dat zich van toen af moest ontwikkelen in de richting van de Reformatie. Desondanks bleef de gerichtheid op de oudheid standhouden terwijl de hoge taakopvatting werd gehandhaafd. Pas in de Franse tijd deden vakken als geschiedenis en aardrijkskunde als apart vak hun intrede, spoedig gevolgd door Nederlands, wiskunde en de moderne talen.
In 1848, toen de school definitief werd omgezet in het Stedelijk Gymnasium van 's Hertogenbosch, was de nieuwe naam dan ook niet meer dan een sluitstuk van de ontwikkeling, die in feite al tevoren was begonnen. Dat de ontwikkeling ook toen niet ophield wordt duidelijk als we zien dat vrijwel onmiddellijk begonnen werd met een tweedeling in de school. Een deel leidde op voor de universiteit, een ander deel richtte zich meer op de algemene maatschappelijke vorming. Deze laatste taak werd in 1867 overgedragen aan de Rijks Hogere Burgerschool. Sindsdien heeft het Stedelijk Gymnasium onder leiding van de opeenvolgende rectoren zich steeds weer tot taak gesteld kwalitatief hoogstaand onderwijs te geven aan allen die daartoe geschikt waren.

